de golf is het symbool van onze vrijmetselaarsloge

Gotthold Ephraim Lessing, Verlichting en vrijmetselarij

Door B.·. Marcel M.
Aqua, autonome Loge
aan de stroom
O.·. Antwerpen Lithos CL

Hij was de zoon van een protestantse predikant die aanvankelijk theologie en later medicijnen studeerde te Leipzig, waar hij in aanraking kwam met toneel en drama. Geïnspireerd door Molière schrijft hij enkele blijspelen, maar later wordt Shakespeare de rode draad doorheen zijn werken en denken. In 1748 voert de theatervereniging ‘Die Neubersche Truppe’ zijn eerste toneelstuk op, de komedie ‘Der junge Gelehrte’. In 1750 is Lessing een tijdlang secretaris van Voltaire, die hem tot andere religieuze inzichten bracht en waardoor hij aanknoopte met de tijdsgeest van de Verlichting. Na zijn aanstelling als bibliothecaris in Wolfenbüttel trad hij in 1771 toe tot de vrijmetselarij in de Hamburgse loge 'Zu den drei Rosen'.

De publicatie van delen van het bijbelkritische werk van zijn overleden vriend Reimarus: "Schutzschrift für die vernüftigen Verehrer Gottes", (1774-1778) kostte hem de censuurvrijheid. Via deze pamfletten werd de Bijbel, in navolging van Spinoza, vanuit een wetenschappenlijk standpunt bekeken. Zijn demystificatie van de Bijbel, alhoewel volledig in de geest van de Verlichting, bracht hem in opspraak met de clerus.

Zijn treurspel getiteld:"Emilia Galotti", (1772) wordt algemeen erkend als zijn beste werk. Het heeft vooral op Goethe en Schiller veel indruk gemaakt.
In een ander belangrijk werk getiteld 'Nathan der Weise', vormen de drie openbaringsgodsdiensten de leidraad van het verhaal. Het hoofdpersonage Nathan laat via de parabel van de drie ringen inzien, dat alle godsdiensten in beginsel niet in waarde verschillen en dat de moraliteit van hun belijders pas antwoord kan geven op de vraag welke de ware religie is.

Tijdens de Verlichting ontstaat het modernisme, een filosofiestroming die zich beroept op de menselijke rede voor het zoeken naar waarheid. Dankzij het modernisme wordt de kennis terug in vraag gesteld waardoor het de basis legt van de huidige wetenschappenlijke en technische verwezenlijkingen. Het modernisme staat daarmee haaks op de scholastiek, die er van uitging dat kennis onaantastbaar was en enkel mocht geïnterpreteerd worden. Vandaar dat de meeste Verlichte denkers en vrijmetselaren zoals Lessing constant overhoop liggen met de belijders van conservatieve scholastieke denkpatronen.

Emilia Galotti

De opkomst van de burgerij in de achttiende eeuw vroeg om nieuwe genres in de literatuur die het leven en de bekommernissen van deze nieuwe sociale klasse (die meer en meer aan cultuur begon deel te nemen) verbeeldden. Tot aan de Verlichting werd in het theater streng gehouden aan de 'standenclausule', die voorschreef dat tragedies voorbehouden waren voor personages van adellijke of koninklijke afkomst. Het volk moest zich tevreden stellen met de komedie als spiegel van zichzelf. Toen Lessing met zijn 'burgerlijke tragedies' een nieuw genre in het leven riep, nam hij de burgerij letterlijk ernstig nog voor er in Duitsland (in tegenstelling tot de meeste Europese landen) sprake was van een zelfbewuste burgerij. Emilia Galotti wordt dan ook gelezen als een verhaal over de politieke machtsstrijd tussen burgerij en adel. Maar de waarden botsen niet alleen op maatschappelijk vlak; ook het gezin blijkt in crisis.

Ernst und Falk

Lessing gaf in 1778 met het werk ‘Ernst und Falk’ een sterke impuls aan het modernisme dat de waarheid van de drie openbaringsgodsdiensten relativeerde. In 1738 had Paus Clemens XII al een banvloek uitgesproken over de vrijmetselarij, Paus Pius XI noemde in zijn encycliek van 1864 het pantheïsme, het naturalisme en het liberalisme de belangrijkste vergissingen van zijn tijd en de vrijmetselarij ‘de synagoge van satan’. Lessing zoekt in dit werk naar het wezen van de vrijmetselarij door middel van een dialoog tussen de vrijmetselaar Falk en de protestant Ernst. In wat volgt een kort stukje uit de conversatie waarin zij betogen dat alle staatsvormen niets anders zijn dan middelen tot het menselijk geluk maar daar niet in slagen.


FALK :

Wij nemen dus aan dat de beste staatsvorm uitgevonden is en we nemen aan dat alle mensen op de wereld in die staatsvorm leven. Zouden alle mensen op de wereld daardoor slechts één staat uitmaken?

ERNST :

Waarschijnlijk niet. Zo’n kolossale staat zou niet te besturen zijn. Hij zou zich dus moeten verdelen in verschillende kleine staten die alle volgens dezelfde wetten zouden bestuurd worden.

FALK :

Dat betekent dat de mensen ook dan nog Duitsers en Fransen, Hollanders en Spanjaards, Russen en Zweden zouden zijn, of hoe ze ook zouden heten.

ERNST :

Zeer zeker.

FALK :

Daar hebben we al iets. Elk van die kleine staten zou zijn eigen belang hebben, niet? En elke lid ervan zou het belang van zijn staat hebben.

ERNST :

Hoe anders?

FALK :

Die verschillende belangen zouden vaak in botsing komen, net zoals thans; en twee leden uit twee verschillende staten zouden elkaar evenmin met onbevangen gemoed kunnen ontmoeten zoals nu een Duitser een Fransman of een Fransman een Engelsman ontmoet.

ERNST :

Zeer waarschijnlijk!

FALK :

Dat betekent: als nu een Duitser een Fransman ontmoet, dan ontmoet niet gewoon een mens, gewoon een ander mens, die uit de aard van hun natuur tot elkaar aangetrokken worden, maar dan ontmoet een zodanige mens een zodanige mens, die zich beiden bewust zijn van hun verschillende geaardheid, die hen tegenover elkaar koud, terughouden en wantrouwig maakt, nog vooraleer zijn persoonlijk nog maar in het minste met elkaar te maken hebben gehad.

ERNST :

Dat is helaas waar.

FALK :

Dan is tevens ook waar dat het middel dat de mensen verenigt om ze door die vereniging van hun geluk te verzekeren, tegelijk scheidt.

ERNST :

Ik durf niet nee te zeggen.

FALK :

Als ze dat waren, dan zouden ze zich ook – ze mogen heten hoe ze willen – tegenover elkaar niet anders gedragen dan onze Christenen en Joden en Turken zich van in den beginne tegenover elkaar gedragen om zich van hun geluk te verzekeren. Niet louter als gewone mensen tegenover gewone mensen; maar wel als zodanige mensen tegenover zodanige mensen, die elkaar en bepaalde geestelijk voorrang betwisten en daaruit rechten putten, waarop de natuurlijke mens nooit zou steunen.

ERNST :

Dat is heel droevig, maar helaas vermoedelijk waar...


De parabel van de drie ringen (Nathan de wijze)

Als reactie op het aanhoudende fanatisme van de orthodoxie schrijft Lessing in 1779 op 51- jarige leeftijd het drama in vijf bedrijven "Nathan der Weise". Het stuk werd postuum opgevoerd op 14 april 1783. Lessing plaatste het brandend, tijdloze en immer actuele thema van actieve tolerantie in de periode van de derde kruistocht (1189-1192). Sultan Salah-ad-Din heerste toen over Jeruzalem nadat hij Egypte en de heerschappijen van Damascus, Aleppo en Mosul tot één rijk had verenigd. Nathan, het Joodse hoofdpersonage, gaat op zoek naar het ware geloof en concludeert dat het in feite niets anders dan mensenliefde is, onafhankelijk van gevestigde religies. Saladin kan de oorlog niet langer financieren en zijn raadsleden sporen hem aan om de rijke Jood Nathan tot een lening te dwingen. Saladin verzon daarop een list door Nathan een vraag te stellen waarop hij alleen fout antwoorden kon. Hij zou dan woede voorwenden en zich, om het goed te maken, met een 'lening' laten verzoenen.

SALADIN :

...Aangezien u zo wijs bent, zeg mij dan wat voor geloof, wat voor een wet spreekt jou het meeste aan?

NATHAN :

Ik ben Jood, Sultan.

SALADIN :

Ik ben Islamiet en de Christen staat tussen ons in. Maar van alle drie religies kan toch maar één de ware zijn. Welaan, geef mij de redenen van uw keuze.

NATHAN :

Er was eens, vroeger, een man in het Oosten, die als dierbaar aandenken een ring had van onschatbare waarde. Zijn opaal, fonkelend in honderden prachtige kleuren, straalde een kracht uit, een geheime kracht. Wie de ring droeg, werd dierbaar bij God en mensen. Geen wonder dat deze man in het Oosten de ring nooit thuisliet. Hij nam het besluit de ring voor eeuwig in zijn bezit te houden. Hij liet de ring na aan zijn liefste zoon en beval dat die op zijn beurt de ring zou nalaten aan zijn meest geliefde zoon. En dat altijd de waardigste zonder aanzien van het eerstgeboorterecht, puur en alleen omdat hij de ring bezat, de heer des huizes werd.

Zo kwam de ring van vader op zoon, tenslotte bij een vader van drie zonen terecht. Die zonen hielden evenveel van hun vader, dus kon de vader niets anders dan zijn zonen gelijk lief te hebben. Nu eens leek de een, dan weer de ander en dan weer de derde de ring het meeste waard. Zo goed en zwak was de vader dat hij de ring aan ieder van hen afzonderlijk beloofde.

Naarmate de vader zijn einde voelde naderden, raakte hij in verlegenheid. Het kwelde hem om twee van zijn zoons die op zijn woord vertrouwden zo voor het hoofd te stoten. Wat te doen? Diskreet liet hij een kunstenaar komen bij wie hij, naar het model van zijn ring, twee kopies bestelde, met de nadrukkelijke wens dat kosten noch moeite bespaard mochten worden. Dus: alle drie de ringen moesten geheel gelijk zijn. Dat lukte de kunstenaar, zelfs de vader herkende de zijne niet. Blij riep hij elke zoon afzonderlijk bij hem en gaf hun elk afzonderlijk zijn zegen en zijn ring.

De vader sterft en ieder wil, met zijn ring, de heer des huizes zijn. De zonen begrijpen er niets van, dat ze alledrie een ring gekregen hebben. Ze gaan op onderzoek, ze klagen en schelden. Tevergeefs, de echte ring is niet terug te vinden; Net als nu voor ons het ware geloof. De zonen bekloegen zich en stapten naar de rechtbank. Ieder zwoer de rechter dat hij de ring kreeg uit vaders hand. De vader had, zo betoogden zij, ieder van hen het voorrecht van de ring beloofd! En dat was ook zo. Tegenover geeneen kon de vader vals geweest zijn. Van zulke lieve vader kon je geen argwaan koesteren. Eerder zou ieder zijn broer van vervalsing verdenken...



SALADIN :

En wat zei de rechter? Zijn uitspraak benieuwt me!

NATHAN :

De rechter sprak: Als het zo is dat de authentieke ring de kracht bezit om zich geliefd te maken bij God en mensen; welnu, dan zal dat moeten blijken, want dat kunnen de valse ringen niet! Zo, welke twee van jullie beminnen jullie het meeste? Vooruit, geef antwoord! Ik hoor niets! Straalt de ring soms naar binnen en niet naar buiten? Ieder van u bemint zichzelf dus het meest! Alle drie bent u bedrogen bedriegers. Geen van u drie blijkt de echte ring te hebben. De echte ring is vermoedelijk verloren gegaan. Om het verlies te verbergen, verving de vader die ene ring door drie.' En, ging de rechter door, ik zal mij niet uitspreken maar u een goede raad geven. Ga naar huis. Laat elk zijn ring aanzien als de echte. Wie weet duldde de vader de tirannie van de ring niet langer! Vast staat: hij had u alle drie zeer lief en: even lief. Hij kon niet twee tekort doen, ten gunste van een enkele. Laat ieder ernaar streven vrij van vooroordelen te zijn, naar het voorbeeld van vaders liefde! Laat ieder van u wedijveren om de kracht van de opaal in zijn ring te bewijzen. Laat de kracht van deze steen zich uiten in zachtmoedigheid, verdraagzaamheid, liefdadigheid en innige overgave aan God. Als de kracht van de steen zich blijft manifesteren tot in de kinderen van uw kinderen, dan nodig ik u na duizend jaar uit voor deze rechterstoel. Dan zal op deze stoel een wijzer rechter zetelen en spreken. Gaat nu heen. Zo sprak de rechter in alle eenvoud.

SALADIN :

Beste Nathan, de duizend jaren van uw rechter zijn nog niet aangebroken. Zijn rechterstoel is niet de mijne. Ga nu; maar wees mijn vriend!
...


Ondanks het feit dat Lessing één van de belangrijkste vernieuwers was van het Duitstalige toneel, werd de opvoering van ‘Nathan, der Weise’ verboden door het nazi-regime en werd het stuk van literatuurlijsten van scholen afgevoerd. Het werd kort na de bevrijding voor het eerst opnieuw vertoond te Berlijn.

Lessing

Bibliografie:

- Lessing als Freimaurer, Internetloge Hamburg
- Lessing, Achtbare Loge De Wenteltrap
- Met bijzondere dank aan het ‘Vlaams toneelgezelschap De Tijd’



top, verlichting en vrijmetselarij

bottom, Verlichting en vrijmetselarij

XHTML      CSS