door B.·. Kris R.
Aqua, autonome Loge
aan de stroom
O.·. Antwerpen,
Lithos CL
De laatste decennia spreekt men in de profane wereld van psychologie en sociologie steeds meer over nieuwe vormen van communicatie en samenwerking. Termen als integratie, creatieve synthese, peer to peer, peer governance, participatieve organisatie, coöperatie, win-winmethode, synergie, en ook vroegere termen als syncretisme en convergentie, worden steeds vaker gebruikt en toegepast. De eerste historisch gedocumenteerde toepassingen van deze denk- en beslismethode dateren zelfs uit de 16e eeuw. Kant en Hegel, en dat is nu toch ook al een tijdje geleden, noemden deze stijl these - antithese - synthese. Maar vooral sinds de tweede helft van de 20ste eeuw maakt deze methode een enorme opgang. Vele NGO's en progressieve politieke partijen gebruiken deze overlegstijl, en ook, zoals u kan lezen op Google, zeer commerciële bedrijven voor wie het belangrijk is om aan de top van de vooruitgang op een bepaald gebied te blijven. Een grootschalige toepassing van dit fenomeen is in volle opkomst, mede dank zij internet. Wikipedia is daarbij de meest spectaculaire toepassing. Ook de nieuwe peer-to-peerbeweging, waarbij men samen dingen doet zonder dat deze samenwerking geleid wordt door een centraal bestuur, wordt steeds populairder. Denk maar aan Linux, uitwisselprogramma's voor muziek, e.d.
Het is blijkbaar een fundamenteel proces, dat niet alleen geldt voor groepen, en bedrijven, maar ook voor
gewone menselijke relaties, het meest zelfs voor huwelijksrelaties, en ook voor culturen in de brede zin
van het woord. Soms gebeurt het proces ongestructureerd, spontaan en traag, maar meer en meer gaat men het
bewust installeren. Sommigen spreken zelfs van de volgende fase in de psychosociale evolutie: na de sociale
ordening, opgelegd van buiten of door een sterke handige minderheid, die begon met dictatuur en verlicht
despotisme, en via het verzet van beneden langzaam evolueerde tot democratie, komt thans de fase van spontane
ordening, van binnenuit, op basis van open communicatie, verantwoordelijkheidsgevoel en diepe eensgezindheid.
Vermits bewustwording en overleg toch twee centrale begrippen zijn binnen het maçonnieke denken, en vermits
bouwen aan de Tempel der Mensheid, waar een betere communicatie toch een belangrijk aspect van zal moeten
uitmaken, toch hoog in ons vaandel geschreven staat, is het enigszins verwonderlijk dat die vooruitstrevende
begrippen zo weinig resonantie hebben in de Vrijmetselarij. Vandaar dit bouwstuk dat tracht om de link te
leggen tussen deze belangrijke profane wetenschappelijke begrippen en de Koninklijke Kunst.
Waarin bestaat nu die veelbesproken consensusmethode?
Het principe is eigenlijk heel eenvoudig. De leden van de groep gaan ervan uit dat alles wat een individueel
lid inbrengt belangrijk is en eigenlijk niet van tafel mag geveegd worden. Het moet steeds kunnen doorgroeien
tot een element in het eindbesluit. Men doet dat niet alleen uit eerbied voor elkaar, of omdat men ervan
overtuigd is dat de partners in de groep of de relatie uiteindelijk niet debiel zijn. Maar ook om de waarde
van de conclusie te verhogen, en de motivatie der samenwerkende of samenlevende partners te versterken.
Consensus is dus een hoogwaardige vorm van democratie en coöperatie, waarbij aan de beslissende stemming een
redelijke periode van verplicht overleg voorafgaat, tijdens dewelke men tracht om alle standpunten tot één
te laten versmelten, doch op zo'n manier dat niemand ooit iets belangrijks moet prijsgeven. Eigenlijk is
consensus de enige vorm van echte democratie, want wat is er democratisch aan een stemming waar 50,1% van de
groep zijn wil opdringt aan 49.9 %. Maar meestal is het nog erger. Want als we beginnen kiezen voor
afgevaardigden en leiders, en niet meer zelf participeren in de besluitvorming, kan het bv. gebeuren dat een
regering eenparig beslist om een oorlog te beginnen, ondanks het feit dat 90% van de bevolking ertegen is,
zonder dat één van de zgn. democratische spelregels overtreden is.
Is consensus dan niet hetzelfde als het maken van een compromis? Of uit liefde iemands zin doen, zoals vele
liefhebbende echtgenotes dat wel eens doen voor hun man, ter wille van de lieve vrede? Neen, er is een
fundamenteel verschil tussen compromis en consensus.
Laat mij u een voorbeeld geven, zo uit het leven gegrepen.
Man en vrouw discuteren over hun komende vakantie. "Schat", zegt de man, "ik was dit jaar zo graag met jou
naar zee geweest." - "Oei", antwoordt de vrouw, "dat is pech. Ik droomde er juist van om deze zomer met jou
naar de Ardennen te gaan". Deze twee verlangens zijn compleet onverzoenbaar. Nergens in België komen de
Ardennen immers aan de kust. Hoe los je zoiets op, hoe kom je tot een consensus, tenminste als je samen
op vakantie wil gaan?
Er zijn, in het algemeen gesproken, maar drie methodes om tegenstrijdigheden in verlangens en opvattingen op
te lossen, zowel tussen mensen onderling als bij conflicten binnen onze eigen geest: deze methodes zijn keuze,
compromis en integratie. Het eerste is het gemakkelijkste, en het meest gebruikte, maar helaas het slechtste.
Het laatste is het beste, maar het moeilijkste.
Als dat koppel nu de methode der keuze zou aanwenden, die door onze huidige cultuur nog steeds als de beste,
zoniet de enige wordt aangeprezen, dan gaan beide partners elkaar trachten te overtuigen dat hún idee, hún
voorkeur de beste is. Daarvoor worden dan rationele maar ook soms emotionele argumenten aangewend.
En als ze er niet uit geraken, dan beslissen ze eventueel nog met kop of munt. Of als er vrienden of
grote kinderen meegaan op vakantie, dan laten ze de meerderheid beslissen. Democratische keuze dus.
Waarom is deze populaire keuzemethode dan slecht? Omdat minstens één partij gefrustreerd wordt. Maar het is
ook niet zo voordelig voor de partij die het gehaald heeft, want de kans is groot dat de ander zich
gedemotiveerd voelt, of dat de winnaar voordelen mist die hij zou gehad hebben als de andere optie was
gerealiseerd.
De tweede mogelijkheid daarom, om dit onverzoenbaar lijkend probleem op te lossen, is het compromis.
Dit grijpt plaats als beide partijen ongeveer even sterk zijn, dus als niemand de ander zijn wil kan
opdringen. Beide partijen worden dan moreel gedwongen om een stap naar elkaar te zetten, water in hun wijn
te doen, en dus iets van elke optie te realiseren om alle betrokkenen een beetje tevreden te stellen. In ons
voorbeeld zouden ze dus bijvoorbeeld. een week naar zee, en een week naar de Ardennen kunnen gaan. Of elke dag
afwisselend naar de andere bestemming, want België is toch niet zo groot. Of ze zouden de afstand tussen
zee en Ardennen in twee kunnen delen, en op vakantie gaan in Erps-Kwerps. Of, het uiterste compromis, alle
twee thuis blijven.
Hoewel een compromis vaak een mooi bedoeld gebaar is naar elkaar, en hoewel het soms ook een uitkomst kan
zijn bij een verbeten strijd, is het inwendig meestal geen goede beslissing. Want men zal vooral toegeven op
aspecten die meetbaar zijn, of gevoelig liggen, maar die niet noodzakelijk de essentieelste zijn. Bijvoorbeeld. Als de
ene partner een auto van 20.000 Euro wil, en de andere slechts 18.000 Euro wil besteden, dan lijkt het beste
compromis een auto van 19.000 euro. Maar het zou wel eens kunnen dat deze slechter is dan die van 18.000.
En, hadden ze iets langer gezocht, dan hadden ze misschien een auto van 17.000 Euro gevonden die nog veel
beter was dan die van 20.000.
Welk is dan de goede oplossing voor ons koppel, vermits zowel keuze als compromis onbevredigend schijnen
te zijn. Deze derde methode noemt men integratie. Deze methode gaat ervan uit dat elke tegenstelling
slechts een schijntegenstelling is, en dus kan opgelost worden. Wat betekent dat? Welnu, men beschouwt
elk concreet idee, voorstel of verlangen als een toevallige vormgeving van een dieperliggend element,
het doel, dat uiteindelijk belangrijker is dan het middel. Integreren is de toevallig oncombineerbare vorm
vervangen door een andere, die precies hetzelfde doel bereikt, maar geen conflict meer uitlokt. Laten we
even veronderstellen dat beide partners lid zijn van een Lithosloge, en ze dus via integratie tot consensus
willen komen. De ene zegt dan tegen de ander: "Schat, laten we elkaar eerst eens uitleggen waarom we dat
voorstel formuleren. Misschien kunnen we dan een oplossing vinden waarin onze beide verlangens samen kunnen
gerealiseerd worden." - "Welnu Schat", zegt de man:"Ik werk als programmeur in een informaticabedrijf, en
voor het enige raam dat we hebben staat dan nog een kast. Ik wil eindelijk eens enkele weken helder daglicht
zien, en geen bomen, bossen of bergen, maar de zeeee!" - "Schat", zegt de vrouw: "Je weet dat ik aan een
ziekenhuisreceptie werk en ik zie daar 900 man per dag voorbij defileren. Ik wil daarom een vakantie waar
er geen volk is, en aan de zee is dat verschrikkelijk voor mij, elke anderhalve meter een andere zonneklopper.
Ik verlang naar de natuur, lege bossen, klaterende riviertjes." Zo geformuleerd is na één verdiepingspoging
het conflict eigenlijk al opgelost. Want er zijn zeker plekjes te vinden waar (1) de natuur open is en (2)
er weinig volk is. Zoals de Waddeneilanden, de Westhoek, de Kempen, Normandië, enz.
Is de werkhypothese dat elke tegenstelling slechts een schijntegenstelling is, en dus dat de consensusmethode
overal kan toegepast worden, niet wat overdreven? Zijn er dan geen echt onoplosbare tegenstellingen denkbaar,
waar men onmogelijk al pratend uit geraakt? Moet men in het leven geen keuzes maken, want men kan toch niet
alles hebben? Moet men diversiteit niet kunnen aanvaarden, want dat is juist onze inspirerende rijkdom.
Welnu, hoe onverzoenbaar de tegenstelling ook lijkt, een integratiepoging vertrekt nooit van de concrete
gebrachte vormen, maar keert terug naar de onderliggende waarden. Men gaat dus niet in op de inderdaad
onverzoenbare standpunten, maar keert eerst één of enkele stappen terug in de gedachtengang, tot men een
niveau bereikt heeft waar geen conflict meer heerst. Soms volstaat één stap, zoals in ons voorbeeld, soms
zijn meerdere stappen vereist. Soms ook zitten achter elk standpunt meerdere uitgangspunten of doelstellingen,
en dan wordt het vaak heel erg ingewikkeld en langdurig. Maar de psychologie gaat ervan uit dat men steeds
een consensus kan vinden, hetzij in minuten, uren, maanden, jaren, of soms zelfs generaties. Aan dit
principe wordt niet getwijfeld, hoewel het wel vaak een kwestie van tijd kan zijn. Het is eigenlijk een
onbewijsbare maar zeer nuttige werkhypothese. Zodra je immers de deur openstelt voor het
onmogelijkheidsstandpunt, zal daar gemakkelijk naar gegrepen worden bij elk overleg dat moeilijk lijkt.
Het overleg zal dus niet plaatsgrijpen, precies op het ogenblik dat het het meest nuttig en noodzakelijk
zou zijn. Daarom is het veiliger om ervan uit te gaan dat slechts het onvermogen, of de onwil vanuit een
sterk geachte positie, en/of een gebrek aan creativiteit, een integratie in de weg kunnen staan. Niet de
onverzoenbaarheid der standpunten zelf. Integreren kent dus in principe geen grenzen, wel het
integreervermogen en de integratiewil van degenen die in de communicatie betrokken zijn.
Ik heb een eenvoudig voorbeeld gekozen om het niet te lang te maken. In praktijk kan het wat complexer
zijn, maar het valt meestal wel mee als men rustig blijft praten en verderzoeken. Integreren bestaat dus
uit drie stappen: analyseren waarop de concrete ideeën of voorstellen berusten, al deze elementen
samenvoegen, en vervolgens creatief een nieuwe concrete vorm bedenken. Als dit integratieproces geslaagd is,
bereiken we een consensus. Consensus is dus het resultaat, integratie de methode.
Welke zijn nu enkele der mogelijke obstakels voor deze methode, en wat zijn middelen om die op te vangen?
Vooreerst moet men zich steeds afvragen, bij het overwegen van die obstakels, wat in dat geval het
alternatief is? OK, soms lijkt integratie moeilijk, en wil men de voorkeur geven aan een andere methode
uit de goede oude tijd. Maar, hoe goed en snel het resultaat van zo'n oligarchische of autoritaire
tussenkomst soms ook is, het zal altijd betekenen dat een deel van de betrokkenen gefrustreerd wordt.
Of dat, als ultiem compromis, de zaken blijven zoals ze al waren, en ik citeer:
'Wanneer we steeds blijven denken wat we altijd dachten, zullen we blijven doen wat we altijd deden,
en zullen we krijgen wat we altijd hadden. Soms zien we dat organisatiestructuren ons belemmeren om
nieuwe richtingen uit te gaan, om als maçons nieuwe terreinen te exploreren. Soms is de belemmering van
deze structuren zo groot dat we niet meer gemotiveerd zijn om te werken aan onze [maçonnieke] taak.'
Citaat uit: "Metafoor van de drie stenen", van B:. LP.
Welke zijn nu concreet enkele van deze mogelijke problemen?
Bestaat er dan géén grens aan de mogelijkheden van consensus via integratie? Jazeker: zodra de noodzakelijke open communicatie niet meer mogelijk is, of zodra men enkele van de bovenstaande communicatieregels verwaarloost, en er zijn er nog andere, of als sommigen werken met een geheime agenda, stopt in feite het groepsfunctioneren. Wij hebben allemaal eden afgelegd, bij het huwelijk, bij het ondertekenen van ons arbeidscontract, bij onze intrede in de maçonnerie, bij het aanvaarden van graden en verantwoordelijkheden. Naar mijn aanvoelen is er maar één reden die ons moreel ontslaat van dit engagement, d.w.z. over te gaan tot ontslag, scheiding of schisma, of tot de oprichting van een nieuwe obediëntie, namelijk als wij botsen en blijven botsen op een muur van onbereidwilligheid tot open en constructief overleg, en als men elkaars visie als argument gaat gebruiken om de ander te diskwalificeren. Op dat ogenblik mogen wij m.i. weggaan, zoals trouwens Lithos en Aqua dat deden. Maar wij verlaten de groep of de relatie niet op dat ogenblik. Er is op dat ogenblik al lang geen groep of relatie meer.
Eén der meest fascinerende aspecten van het communicatiesysteem dat leidt tot consensus,
zijn de maçonnieke deugden als broederlijkheid, tolerantie, vrijheid, discretie en het maçonniek geheim,
gelijkheid, het "Op u komt het aan". In de loop der jaren werd ik er mij in toenemende mate bewust van dat
de noodzakelijke voorwaarden voor het consensusdenken precies onze maçonnieke kwaliteiten zijn. Het is alsof
de maçonnerie daarvoor gemaakt is, of dat onze voorgangers intuïtief aanvoelden dat dit een hogere vorm van
denken en communiceren was. Vandaar mijn gevoel dat consensus niet zomaar een handig organisatietruukje is
dat we er nu bijnemen om redenen van efficiëntie. Het consensusdenken verwijst, naar mijn persoonlijk
gevoel, naar het wezen zelf van de Vrijmetselarij.
En tot slot: een groep mensen die volgens een dergelijke communicatievorm werkt, is vrij eenvoudig te
organiseren, en heeft bijna geen leiding nodig. De verkozen beleidslieden zijn immers hoofdzakelijk bewakers
en facilitatoren van dit communicatieproces, en moeten in principe zelf geen inhoudelijke suggesties of
beslissingen formuleren, tenzij dan als mede-maçon. Ze zijn eerder coördinator dan leider. De dynamiek en
de besluitvorming komen van beneden, niet van boven.
Ziezo, BB:. en ZZ:., ik heb vooral getracht een pragmatische benadering te brengen van de consensusmethode.
We zouden nog veel dieper kunnen ingaan op de theoretische achtergronden, en onderzoeken waarom het
dualistisch Aristotelisch paradigma van juist of onjuist alleen opgaat voor modellen van de werkelijkheid,
niet voor de werkelijkheid zelf. Ik zou de parallel kunnen bespreken met Freuds ontwikkelingsfasen van de
persoonlijkheid, waarbij keuze en compromis overeenkomen met de psychotische en neurotische fasen, en
integratie met het hoogste stadium van zelfrealisatie, namelijk de zogenaamde genitale fase. Ik zou kunnen
beschrijven hoe het integratieve denken overeenkomt met wat onze grote humanistische filosoof en B:. Leo
Apostel beschreef in één van zijn belangrijkste werken, Gebroken Orde, als hij stelde dat zijn holistische
methode, d.w.z. deze die met alles rekening tracht te houden, de essentie zelf is van het wetenschappelijk
denken. En hij herhaalt dit standpunt in het begin van zijn vermaard boek over Vrijmetselarij,
dat velen onder u wellicht gelezen hebben. Ik liet verder onbesproken dat integratie het geheim zelf van de
kosmische evolutie schijnt te zijn. Op elke niveau is het een proces waarbij de aparte elementen, bijvoorbeeld.
atomen, door samen te komen, bv. in moleculen, beter hun scheikundige en elektrische behoeften kunnen
realiseren dan door apart te blijven. En ik heb het tenslotte ook niet gehad over het belangrijke maçonnieke
begrip transcendentie, dat het vermogen beschrijft om vanuit concrete politieke, religieuze, filosofische of
relationele standpunten af te dalen naar de essentie, zodat consensus kan groeien tussen personen die in de
profane wereld eeuwig tegenstanders zouden blijven, zoals bescheven in de Oude Plichten.
En uiteraard is de overlegcultuur in de Vrijmetselarij niet haar belangrijkste aspect.
Symboliek en rituelen, en de daadwerkelijke beleving van de Broederlijkheid, zijn oneindig veel belangrijker.
Maar het bewaren van de sfeer en de structuren waarbinnen deze twee fenomenen leefbaar worden gehouden,
is hoofdzakelijk een kwestie van integratief overleg dat, als het geslaagd is, naar consensus leidt.
En anderzijds is het mijn overtuiging dat, als we broederlijkheid en tolerantie authentiek beleven, we
niet anders kunnen dan via empathie en integraties naar een consensus groeien.
Ik wou enkel een steentje bijdragen tot het vertalen van de aloude maçonnieke idealen naar de hedendaagse,
21e-eeuwse denkcultuur.