blue wave

consensus en integratie in de vrijmetselarij

door B.·. Kris R.
Aqua, autonome Loge
aan de stroom
O.·. Antwerpen,
Lithos CL

De laatste decennia spreekt men in de profane wereld van psychologie en sociologie steeds meer over nieuwe vormen van communicatie en samenwerking. Termen als integratie, creatieve synthese, peer to peer, peer governance, participatieve organisatie, coöperatie, win-winmethode, synergie, en ook vroegere termen als syncretisme en convergentie, worden steeds vaker gebruikt en toegepast. De eerste historisch gedocumenteerde  toepassingen van deze denk- en beslismethode dateren zelfs uit de 16e eeuw. Kant en Hegel, en dat is nu toch ook al een tijdje geleden, noemden deze stijl these - antithese - synthese. Maar vooral sinds de tweede helft van de 20ste eeuw maakt deze methode een enorme opgang. Vele NGO's en progressieve politieke partijen gebruiken deze overlegstijl, en ook, zoals u kan lezen op Google, zeer commerciële bedrijven voor wie het belangrijk is om aan de top van de vooruitgang op een bepaald gebied te blijven. Een grootschalige toepassing van dit fenomeen is in volle opkomst, mede dank zij internet. Wikipedia is daarbij de meest spectaculaire toepassing. Ook de nieuwe peer-to-peerbeweging, waarbij men samen dingen doet zonder dat deze samenwerking geleid wordt door een centraal bestuur, wordt steeds populairder. Denk maar aan Linux, uitwisselprogramma's voor muziek, e.d.

Het is blijkbaar een fundamenteel proces, dat niet alleen geldt voor groepen, en bedrijven, maar ook voor gewone menselijke relaties, het meest zelfs voor huwelijksrelaties, en ook voor culturen in de brede zin van het woord. Soms gebeurt het proces ongestructureerd, spontaan en traag, maar meer en meer gaat men het bewust installeren. Sommigen spreken zelfs van de volgende fase in de psychosociale evolutie: na de sociale ordening, opgelegd van buiten of door een sterke handige minderheid, die begon met dictatuur en verlicht despotisme, en via het verzet van beneden langzaam evolueerde tot democratie, komt thans de fase van spontane ordening, van binnenuit, op basis van open communicatie, verantwoordelijkheidsgevoel en diepe eensgezindheid.
Vermits bewustwording en overleg toch twee centrale begrippen zijn binnen het maçonnieke denken, en vermits bouwen aan de Tempel der Mensheid, waar een betere communicatie toch een belangrijk aspect van zal moeten uitmaken, toch hoog in ons vaandel geschreven staat, is het enigszins verwonderlijk dat die vooruitstrevende begrippen zo weinig resonantie hebben in de Vrijmetselarij. Vandaar dit bouwstuk dat tracht om de link te leggen tussen deze belangrijke profane wetenschappelijke begrippen en de Koninklijke Kunst.

Omschrijving

symbolen passer en winkelhaak

Waarin bestaat nu die veelbesproken consensusmethode?
Het principe is eigenlijk heel eenvoudig. De leden van de groep gaan ervan uit dat alles wat een individueel lid inbrengt belangrijk is en eigenlijk niet van tafel mag geveegd worden. Het moet steeds kunnen doorgroeien tot een element in het eindbesluit. Men doet dat niet alleen uit eerbied voor elkaar, of omdat men ervan overtuigd is dat de partners in de groep of de relatie uiteindelijk niet debiel zijn. Maar ook om de waarde van de conclusie te verhogen, en de motivatie der samenwerkende of samenlevende partners te versterken. Consensus is dus een hoogwaardige vorm van democratie en coöperatie, waarbij aan de beslissende stemming een redelijke periode van verplicht overleg voorafgaat, tijdens dewelke men tracht om alle standpunten tot één te laten versmelten, doch op zo'n manier dat niemand ooit iets belangrijks moet prijsgeven. Eigenlijk is consensus de enige vorm van echte democratie, want wat is er democratisch aan een stemming waar 50,1% van de groep zijn wil opdringt aan 49.9 %. Maar meestal is het nog erger. Want als we beginnen kiezen voor afgevaardigden en leiders, en niet meer zelf participeren in de besluitvorming, kan het bv. gebeuren dat een regering eenparig beslist om een oorlog te beginnen, ondanks het feit dat 90% van de bevolking ertegen is, zonder dat één van de zgn. democratische spelregels overtreden is.
Is consensus dan niet hetzelfde als het maken van een compromis? Of uit liefde iemands zin doen, zoals vele liefhebbende echtgenotes dat wel eens doen voor hun man, ter wille van de lieve vrede? Neen, er is een fundamenteel verschil tussen compromis en consensus.

Laat mij u een voorbeeld geven, zo uit het leven gegrepen.
Man en vrouw discuteren over hun komende vakantie. "Schat", zegt de man, "ik was dit jaar zo graag met jou naar zee geweest." - "Oei", antwoordt de vrouw, "dat is pech. Ik droomde er juist van om deze zomer met jou naar de Ardennen te gaan". Deze twee verlangens zijn compleet onverzoenbaar. Nergens in België komen de Ardennen immers aan de kust. Hoe los je zoiets op, hoe kom je tot een consensus, tenminste als je samen op vakantie wil gaan?
Er zijn, in het algemeen gesproken, maar drie methodes om tegenstrijdigheden in verlangens en opvattingen op te lossen, zowel tussen mensen onderling als bij conflicten binnen onze eigen geest: deze methodes zijn keuze, compromis en integratie. Het eerste is het gemakkelijkste, en het meest gebruikte, maar helaas het slechtste. Het laatste is het beste, maar het moeilijkste.
Als dat koppel nu de methode der keuze zou aanwenden, die door onze huidige cultuur nog steeds als de beste, zoniet de enige wordt aangeprezen, dan gaan beide partners elkaar trachten te overtuigen dat hún idee, hún voorkeur de beste is. Daarvoor worden dan rationele maar ook soms emotionele argumenten aangewend. En als ze er niet uit geraken, dan beslissen ze eventueel nog met kop of munt. Of als er vrienden of grote kinderen meegaan op vakantie, dan laten ze de meerderheid beslissen. Democratische keuze dus.
Waarom is deze populaire keuzemethode dan slecht? Omdat minstens één partij gefrustreerd wordt. Maar het is ook niet zo voordelig voor de partij die het gehaald heeft, want de kans is groot dat de ander zich gedemotiveerd voelt, of dat de winnaar voordelen mist die hij zou gehad hebben als de andere optie was gerealiseerd.
De tweede mogelijkheid daarom, om dit onverzoenbaar lijkend probleem op te lossen, is het compromis. Dit grijpt plaats als beide partijen ongeveer even sterk zijn, dus als niemand de ander zijn wil kan opdringen. Beide partijen worden dan moreel gedwongen om een stap naar elkaar te zetten, water in hun wijn te doen, en dus iets van elke optie te realiseren om alle betrokkenen een beetje tevreden te stellen. In ons voorbeeld zouden ze dus bijvoorbeeld. een week naar zee, en een week naar de Ardennen kunnen gaan. Of elke dag afwisselend naar de andere bestemming, want België is toch niet zo groot. Of ze zouden de afstand tussen zee en Ardennen in twee kunnen delen, en op vakantie gaan in Erps-Kwerps. Of, het uiterste compromis, alle twee thuis blijven.
Hoewel een compromis vaak een mooi bedoeld gebaar is naar elkaar, en hoewel het soms ook een uitkomst kan zijn bij een verbeten strijd, is het inwendig meestal geen goede beslissing. Want men zal vooral toegeven op aspecten die meetbaar zijn, of gevoelig liggen, maar die niet noodzakelijk de essentieelste zijn. Bijvoorbeeld. Als de ene partner een auto van 20.000 Euro wil, en de andere slechts 18.000 Euro wil besteden, dan lijkt het beste compromis een auto van 19.000 euro. Maar het zou wel eens kunnen dat deze slechter is dan die van 18.000. En, hadden ze iets langer gezocht, dan hadden ze misschien een auto van 17.000 Euro gevonden die nog veel beter was dan die van 20.000.
Welk is dan de goede oplossing voor ons koppel, vermits zowel keuze als compromis onbevredigend schijnen te zijn. Deze derde methode noemt men integratie. Deze methode gaat ervan uit dat elke tegenstelling slechts een schijntegenstelling is, en dus kan opgelost worden. Wat betekent dat? Welnu, men beschouwt elk concreet idee, voorstel of verlangen als een toevallige vormgeving van een dieperliggend element, het doel, dat uiteindelijk belangrijker is dan het middel. Integreren is de toevallig oncombineerbare vorm vervangen door een andere, die precies hetzelfde doel bereikt, maar geen conflict meer uitlokt. Laten we even veronderstellen dat beide partners lid zijn van een Lithosloge, en ze dus via integratie tot consensus willen komen. De ene zegt dan tegen de ander: "Schat, laten we elkaar eerst eens uitleggen waarom we dat voorstel formuleren. Misschien kunnen we dan een oplossing vinden waarin onze beide verlangens samen kunnen gerealiseerd worden." - "Welnu Schat", zegt de man:"Ik werk als programmeur in een informaticabedrijf, en voor het enige raam dat we hebben staat dan nog een kast. Ik wil eindelijk eens enkele weken helder daglicht zien, en geen bomen, bossen of bergen, maar de zeeee!" - "Schat", zegt de vrouw: "Je weet dat ik aan een ziekenhuisreceptie werk en ik zie daar 900 man per dag voorbij defileren. Ik wil daarom een vakantie waar er geen volk is, en aan de zee is dat verschrikkelijk voor mij, elke anderhalve meter een andere zonneklopper. Ik verlang naar de natuur, lege bossen, klaterende riviertjes." Zo geformuleerd is na één verdiepingspoging het conflict eigenlijk al opgelost. Want er zijn zeker plekjes te vinden waar (1) de natuur open is en (2) er weinig volk is. Zoals de Waddeneilanden, de Westhoek, de Kempen, Normandië, enz.
Is de werkhypothese dat elke tegenstelling slechts een schijntegenstelling is, en dus dat de consensusmethode overal kan toegepast worden, niet wat overdreven? Zijn er dan geen echt onoplosbare tegenstellingen denkbaar, waar men onmogelijk al pratend uit geraakt? Moet men in het leven geen keuzes maken, want men kan toch niet alles hebben? Moet men diversiteit niet kunnen aanvaarden, want dat is juist onze inspirerende rijkdom.
Welnu, hoe onverzoenbaar de tegenstelling ook lijkt, een integratiepoging vertrekt nooit van de concrete gebrachte vormen, maar keert terug naar de onderliggende waarden. Men gaat dus niet in op de inderdaad onverzoenbare standpunten, maar keert eerst één of enkele stappen terug in de gedachtengang, tot men een niveau bereikt heeft waar geen conflict meer heerst. Soms volstaat één stap, zoals in ons voorbeeld, soms zijn meerdere stappen vereist. Soms ook zitten achter elk standpunt meerdere uitgangspunten of doelstellingen, en dan wordt het vaak heel erg ingewikkeld en langdurig. Maar de psychologie gaat ervan uit dat men steeds een consensus kan vinden, hetzij in minuten, uren, maanden, jaren, of soms zelfs generaties. Aan dit principe wordt niet getwijfeld, hoewel het wel vaak een kwestie van tijd kan zijn. Het is eigenlijk een onbewijsbare maar zeer nuttige werkhypothese. Zodra je immers de deur openstelt voor het onmogelijkheidsstandpunt, zal daar gemakkelijk naar gegrepen worden bij elk overleg dat moeilijk lijkt. Het overleg zal dus niet plaatsgrijpen, precies op het ogenblik dat het het meest nuttig en noodzakelijk zou zijn. Daarom is het veiliger om ervan uit te gaan dat slechts het onvermogen, of de onwil vanuit een sterk geachte positie, en/of een gebrek aan creativiteit, een integratie in de weg kunnen staan. Niet de onverzoenbaarheid der standpunten zelf. Integreren kent dus in principe geen grenzen, wel het integreervermogen en de integratiewil van degenen die in de communicatie betrokken zijn.
Ik heb een eenvoudig voorbeeld gekozen om het niet te lang te maken. In praktijk kan het wat complexer zijn, maar het valt meestal wel mee als men rustig blijft praten en verderzoeken. Integreren bestaat dus uit drie stappen: analyseren waarop de concrete ideeën of voorstellen berusten, al deze elementen samenvoegen, en vervolgens creatief een nieuwe concrete vorm bedenken. Als dit integratieproces geslaagd is, bereiken we een consensus. Consensus is dus het resultaat, integratie de methode.

ying-yang

Problemen

Welke zijn nu enkele der mogelijke obstakels voor deze methode, en wat zijn middelen om die op te vangen?
Vooreerst moet men zich steeds afvragen, bij het overwegen van die obstakels, wat in dat geval het alternatief is? OK, soms lijkt integratie moeilijk, en wil men de voorkeur geven aan een andere methode uit de goede oude tijd. Maar, hoe goed en snel het resultaat van zo'n oligarchische of autoritaire tussenkomst soms ook is, het zal altijd betekenen dat een deel van de betrokkenen gefrustreerd wordt. Of dat, als ultiem compromis, de zaken blijven zoals ze al waren, en ik citeer:

'Wanneer we steeds blijven denken wat we altijd dachten, zullen we blijven doen wat we altijd deden, en zullen we krijgen wat we altijd hadden. Soms zien we dat organisatiestructuren ons belemmeren om nieuwe richtingen uit te gaan, om als maçons nieuwe terreinen te exploreren. Soms is de belemmering van deze structuren zo groot dat we niet meer gemotiveerd zijn om te werken aan onze [maçonnieke] taak.'
Citaat uit: "Metafoor van de drie stenen", van B:. LP.


Welke zijn nu concreet enkele van deze mogelijke problemen?

  1. Ten eerste mag deze methode (1) enkel op het goede moment toegepast worden, d.w.z. als wij tijd hebben om nieuwe of betere ideeën, oplossingen en beslissingen te formuleren, en (2) als wij ons tussen mensen bevinden die van een vergelijkbaar niveau zijn, bereid tot communicatie en moreel onafhankelijk van elkaar. Een vrij mens dus, zoals het rituaal zegt. Is er, zoals in opvoeding of een opleiding, een groot verschil in niveau, dan is men beter met een leer- of leidersysteem, waarbij de méér ervarene instructies en suggesties geeft aan de minder ervarene, die de opgaaf best eerst uitprobeert vóór hij ze beoordeelt. Zijn de zaken dringend, zoals in het leger of bij een chirurgische ingreep, dan is het beter dat een leider beslist en de anderen gewoon uitvoeren wat hen opgedragen wordt. Natuurlijk sluit dit niet uit dat er vóór en na deze actie-fase integratief overleg wordt gepleegd om tot consensusbesluiten te komen.
  2. Het banaalste maar frequentste probleem, is dat de deelnemers niet alles willen of durven zeggen wat ze denken. Ze doen dat niet, uit schaamte of uit verlegenheid, of soms bewust niet omdat kennis macht is, en ze hun macht niet willen delen of verzwakken door een echte transparantie. Bijvoorbeeld. de man uit ons voorbeeld wil misschien naar zee om straffeloos strandgangers in monokini te kunnen begluren, maar durft dat niet bekennen aan zijn vrouw. Een integratie op basis van wat hij wél durft zeggen, zal dan onvermijdelijk niet beantwoorden aan zijn reële behoeften. Zo ook durven de leden van de Beheerraad wellicht niet zeggen aan de voorzitter, die aandringt op besparingen, dat hij best eerst zijn incompetente maar duurbetaalde zoon zou ontslaan.
    Het is dus duidelijk dat integratie enkel kan lukken binnen een groep waar het veilig is om zijn diepste overwegingen aan elkaar kenbaar te maken, zonder dat de anderen daar droevig, boos, sceptisch of cynisch zullen op reageren. En ik ken, buiten een goede relatie en een lange vriendschap, bijna alleen de maçonnerie om zo'n sfeer te realiseren, en dit dank zij haar bewust nagestreefde kwaliteiten als broederlijkheid, discretie, tolerantie.
  3. Een derde probleem is daaraan verwant: de subtiele morele druk op de persoon die progressieve voorstellen formuleert. Opmerkingen als "dat had ik van jou niet verwacht", of "weet je wel hoeveel pijn je de stichters, de voorgangers, de huidige bestuursleden, sommige medewerkers doet met jouw voorstellen?" En besefte hij wel hoe subversief hij in feite was, want zelfs al formuleerde hij juiste ideeën, hij moest toch weten dat de groep daar niet rijp voor was, en dat hij dus het vertrouwen van de kudde in haar herders ondermijnde. Voor die begrijpelijke reactie van de feitelijke machthebbers om de jonge kritiek- en suggestiegevers de mond te snoeren, betaalt men echter een dure prijs: de constructief denkenden gaan meestal weg, alleen of in groep, en de achterblijvers verliezen weldra veel kansen op positieve evolutie.
    Dit probleem kan tot op grote hoogte vermeden worden door als spreker zijn nieuwe ideeën steeds zo respectvol en delicaat mogelijk te formuleren, en als luisteraar door bij de spreker geen verborgen bijbedoelingen te veronderstellen, dus door empathisch te luisteren. Men moet de ander van meet af aan eerlijk de feedback geven dat hij wellicht ergens gelijk heeft, ook al begrijpt men nog niet onmiddellijk hoe en waarom. Men moet als luisteraar blij leren zijn met nieuwe ideeën, op voorwaarde dat zij geïntegreerd kunnen worden met de vroegere verworvenheden, die de traditie verzameld en bewaard heeft. In zo'n groep zou de leuze moeten heersen: "Joepie, een meningsverschil". Of aan de muur van zo'n bedrijf zou het bericht moeten uithangen: "Wij ontslaan enkel werknemers met wie wij nooit moeilijkheden hebben." Het grootste tegengif tegen deze complicatie is natuurlijk de diepe maçonnieke broederlijkheid. In feite, en dit is een doordenkertje, is het zeer onbroederlijk om zich door zijn broeder beledigd te voelen. Want de belediging kan slechts bestaan als men eerst in de ander kwade bedoelingen projecteert, die er waarschijnlijk niet zijn, en die je als Broeder ook niet mag veronderstellen.
  4. Omdat wij daar niet voor opgevoed zijn, verkiezen velen onder ons gemakkelijkheids- en veiligheidshalve om niet te participeren in het besluitvormingsproces. Bijvoorbeeld. we lezen veel te weinig de teksten die ons op voorhand worden toegestuurd, laat staan dat we erop reageren. En als wij tegen iets bezwaar hebben, dan  blijft het maar al te dikwijls bij het formuleren van kritiek, maar hebben we ons vaak niet de moeite getroost om  een tegenvoorstel uit te werken. Mensen staan niet altijd te springen om te participeren. Zodat vele democratische en sociale revoluties mislukken. Denk maar aan de Franse Revolutie, de Oktoberrevolutie, of de democratisering van postkoloniaal Afrika. De autoritaire leiders, die zogenaamd alles blokkeerden, werden verdreven, maar de participatieve democratie kwam er niet, en amper een paar jaar later was er een nieuwe tiran, erger dan deze die verdreven was.
    Dit is een zeer kwetsbare plek van het consensussysteem: de mensen mogen en kunnen wel spreken, maar ze doen het niet. En de enkelingen die wél spreken geven dan vaak de indruk dat ze alles naar hun hand willen zetten, en wekken soms zelfs enige antipathie op. Dit is een beetje de oorzaak waarom de spontane integratieve sfeer in een enthousiaste, startende, participatieve groep vaak langzamerhand de plaats ruimt voor een meer gestructureerd oligarchisch systeem dat veel efficiënter lijkt, omdat echte participatie, veel spontane inbreng en creatieve integraties toch niet echt lukken. Dat riskeren ook wij in elke ouder wordende samenwerkingsgroep. Daarom is het, m.i., zo belangrijk om van meet af aan een bewust open communicatie- en evaluatiesysteem te voorzien, zodat de eerste lichte signalen en aarzelende suggesties van sommige idealistische BB:. via integratie en consensus tot een gecorrigeerde, nieuwe koers voor de loge kunnen leiden. En dat we blijven bezoeken en rondkijken, en niet accepteren dat ergens iets beter is dan bij ons. Niet uit arrogantie, maar omdat dit verschil bewijst dat er misschien iets begint te schorten aan ons optimaal functioneren. Iets analoogs geldt uiteraard ook voor ons relationeel en ons professioneel leven.
  5. Een ander mogelijk probleem is het gebrek aan ervaring der gesprekspartners. Het is in onze democratie de gewoonte om iedereen te laten meestemmen, ook hen die er niets van afweten. Dit wordt wel enigszins opgevangen door het maçonnieke gebruik dat een jonge maçon slechts na twee jaar stemrecht heeft, of dat enkel zij die een aanwezigheidsgraad halen van minstens 60% aan de stemmingen in de Middenkamer mogen deelnemen. Maar dat volstaat vaak niet. Een betere oplossing hiervoor is dat zij die het probleem, de kandidaat of het voorstel niet kennen, zich spontaan onthouden bij de stemming, of, positiever gerfomuleerd, hun vertrouwen voorlopig stellen in iemand met meer ervaring op dat punt. Anders gaan ze wellicht eerder vanuit vooroordelen en fantasieën mee beslissen. Een andere voor de hand liggende oplossing bij eindeloze discussies, is dat de twee alternatieven enige tijd na of naast elkaar gerealiseerd worden, bij wijze van geleid experiment. Na een zekere tijd kunnen we dan evalueren, niet om het beste alternatief te kiezen, maar om nu, met meer ervaring, een combinatie van de goede elementen te realiseren.
  6. Een volgend probleem doet zich voor als iets niet goed verwoordbaar is. Men voelt het wel aan, maar kan het niet uitleggen. Tijd speelt hier een gunstige rol, want praten helpt om zij eigen intuïties beter te leren verwoorden. Maar zelfs dán zal het ongetwijfeld vaak gebeuren dat men zijn standpunt niet volledig onder woorden kan brengen. Ook dáárvoor dient de stemming: om bij zijn eigen gevoel na te gaan of de voorgestelde integratie wel klopt met zijn intuïties. Is dat niet het geval, dan moet men neen stemmen, ook al kan men niet goed uitleggen waarom. Maar men moet, ook na de stemming en de realisatie van het besluit, blijven verder zoeken, praten, luisteren en denken.
  7. Belangrijk, tenslotte, voor deze communicatievorm is de praktijk van de evaluatiedatum. Bij elke beslissing, bij elk initiatief moet men een evaluatiedatum bepalen. Heeft men die vergeten vast te leggen, dan neemt men bv. één jaar. Is die datum aangekomen, dan evalueert men het initiatief, en tracht men het te verbeteren, niet omdat het zo slecht of problematisch is, maar omdat alles altijd beter kan. Stilstaan is achteruitgaan, zei men reeds in de middeleeuwen. Zonder een evaluatiedatum riskeert een probleem om te degenereren en te rotten vóór men het uiteindelijk zal aanpakken. Intussen groeit er mogelijks een crisis, en is er vaak al schade aangericht. De gesprekken daarrond zullen eerder pijnlijk en moeizaam verlopen. Want de evolutie is dan reactief, d.w.z. treedt pas op bij problemen. In een goede organisatie is de evolutie echter proactief, d.w.z. ze treedt op als er nieuwe inzichten en mogelijkheden beschikbaar zijn. Die evaluatiedatum betekent anderzijds ook dat men binnen die periode liefst niets verandert aan de afspraak, maar ze rustig en positief gezind uitprobeert. Anders heerst er voortdurend een onrustig gevoel, een sfeer van constante kritiek.

Andere Kenmerken

Bestaat er dan géén grens aan de mogelijkheden van consensus via integratie? Jazeker: zodra de noodzakelijke open communicatie niet meer mogelijk is, of zodra men enkele van de bovenstaande communicatieregels verwaarloost, en er zijn er nog andere, of als sommigen werken met een geheime agenda, stopt in feite het groepsfunctioneren. Wij hebben allemaal eden afgelegd, bij het huwelijk, bij het ondertekenen van ons arbeidscontract, bij onze intrede in de maçonnerie, bij het aanvaarden van graden en verantwoordelijkheden. Naar mijn aanvoelen is er maar één reden die ons moreel ontslaat van dit engagement, d.w.z. over te gaan tot ontslag, scheiding of schisma, of tot de oprichting van een nieuwe obediëntie, namelijk als wij botsen en blijven botsen op een muur van onbereidwilligheid tot open en constructief overleg, en als men elkaars visie als argument gaat gebruiken om de ander te diskwalificeren. Op dat ogenblik mogen wij m.i. weggaan, zoals trouwens Lithos en Aqua dat deden. Maar wij verlaten de groep of de relatie niet op dat ogenblik. Er is op dat ogenblik al lang geen groep of relatie meer.

Eén der meest fascinerende aspecten van het communicatiesysteem dat leidt tot consensus, zijn de maçonnieke deugden als broederlijkheid, tolerantie, vrijheid, discretie en het maçonniek geheim, gelijkheid, het "Op u komt het aan". In de loop der jaren werd ik er mij in toenemende mate bewust van dat de noodzakelijke voorwaarden voor het consensusdenken precies onze maçonnieke kwaliteiten zijn. Het is alsof de maçonnerie daarvoor gemaakt is, of dat onze voorgangers intuïtief aanvoelden dat dit een hogere vorm van denken en communiceren was. Vandaar mijn gevoel dat consensus niet zomaar een handig organisatietruukje is dat we er nu bijnemen om redenen van efficiëntie. Het consensusdenken verwijst, naar mijn persoonlijk gevoel, naar het wezen zelf van de Vrijmetselarij.
En tot slot: een groep mensen die volgens een dergelijke communicatievorm werkt, is vrij eenvoudig te organiseren, en heeft bijna geen leiding nodig. De verkozen beleidslieden zijn immers hoofdzakelijk bewakers en facilitatoren van dit communicatieproces, en moeten in principe zelf geen inhoudelijke suggesties of beslissingen formuleren, tenzij dan als mede-maçon. Ze zijn eerder coördinator dan leider. De dynamiek en de besluitvorming komen van beneden, niet van boven.

Slot

Ziezo, BB:. en ZZ:., ik heb vooral getracht een pragmatische benadering te brengen van de consensusmethode. We zouden nog veel dieper kunnen ingaan op de theoretische achtergronden, en onderzoeken waarom het dualistisch Aristotelisch paradigma van juist of onjuist alleen opgaat voor modellen van de werkelijkheid, niet voor de werkelijkheid zelf. Ik zou de parallel kunnen bespreken met Freuds ontwikkelingsfasen van de persoonlijkheid, waarbij keuze en compromis overeenkomen met de psychotische en neurotische fasen, en integratie met het hoogste stadium van zelfrealisatie, namelijk de zogenaamde genitale fase. Ik zou kunnen beschrijven hoe het integratieve denken overeenkomt met wat onze grote humanistische filosoof en B:. Leo Apostel beschreef in één van zijn belangrijkste werken, Gebroken Orde, als hij stelde dat zijn holistische methode, d.w.z. deze die met alles rekening tracht te houden, de essentie zelf is van het wetenschappelijk denken. En hij herhaalt dit standpunt in het begin van zijn vermaard boek over Vrijmetselarij, dat velen onder u wellicht gelezen hebben. Ik liet verder onbesproken dat integratie het geheim zelf van de kosmische evolutie schijnt te zijn. Op elke niveau is het een proces waarbij de aparte elementen, bijvoorbeeld. atomen, door samen te komen, bv. in moleculen, beter hun scheikundige en elektrische behoeften kunnen realiseren dan door apart te blijven. En ik heb het tenslotte ook niet gehad over het belangrijke maçonnieke begrip transcendentie, dat het vermogen beschrijft om vanuit concrete politieke, religieuze, filosofische of relationele standpunten af te dalen naar de essentie, zodat consensus kan groeien tussen personen die in de profane wereld eeuwig tegenstanders zouden blijven, zoals bescheven in de Oude Plichten.
En uiteraard is de overlegcultuur in de Vrijmetselarij niet haar belangrijkste aspect. Symboliek en rituelen, en de daadwerkelijke beleving van de Broederlijkheid, zijn oneindig veel belangrijker. Maar het bewaren van de sfeer en de structuren waarbinnen deze twee fenomenen leefbaar  worden gehouden, is hoofdzakelijk een kwestie van integratief overleg dat, als het geslaagd is, naar consensus leidt. En anderzijds is het mijn overtuiging dat, als we broederlijkheid en tolerantie authentiek beleven, we niet anders kunnen dan via empathie en integraties naar een consensus groeien. Ik wou enkel een steentje bijdragen tot het vertalen van de aloude maçonnieke idealen naar de hedendaagse, 21e-eeuwse denkcultuur.

Maat, godin van de rechtvaardigheid



top, consensus als overlegcultuur in de vrijmetselarij

bottom, consensus als overlegcultuur in de vrijmetselarij


XHTML      CSS