De golf van hokusai staat symbool voor onze loge

boeddhisme, vrijzinnigheid en atheïstische spiritualiteit

door B.·. Ludo T.
Aqua, autonome Loge
aan de stroom
O.·. Antwerpen,
Lithos CL

Het boeddhisme ontstond in India in de 6e eeuw v.o.t. door de prediking van prins Siddharta Gautama, de historische Boeddha. Hij kreeg zijn verlichting, zittend onder een vijgenboom. Gautama werd Boeddha (de Verlichte) en daarmee het centrum van de mensheid en zijn geschiedenis. Hij verzamelde een groep monniken om zich heen aan wie hij zijn leer mondeling doorgaf. Het boeddhisme kent geen eigen godheden. Het vorsen naar een eerste oorzaak is volgens Boeddha volkomen zinloos. De boeddhist streeft naar een toestand van boeddha, d.w.z.: het deelhebben aan het geheel der heilzame krachten in deze wereld. Centraal staat de gedachte, dat men een ander pas echt hulp kan bieden, als men eerst zichzelf heeft geholpen. En zichzelf helpen betekent (zoals in het hindoeïsme): zich bevrijden van begeerten, proberen los te komen van de kringloop der wedergeboorten, om aldus de toestand van nirvana te bereiken.

Onwetendheid is hier synoniem van de bestaansdrang, de onbewuste wil om te bestaan. Zolang deze geestelijke duisternis niet is opgeheven, blijft men wentelen in de vicieuze cirkel van de wedergeboorten. De vajra is een ritueel voorwerp in de vorm van een bliksemschicht, die de onwetendheid vernietigt. De lama draagt de vajra in de rechterhand en een klokje in de linkerhand. De meditatie van de boeddhist wordt gedragen door mudra's (rituele gebaren), mantra's (korte formules) en mandala's (getekende kosmogrammen). Het mysterie van het lichaam vindt men terug in de mudra, het mysterie van de spraak in de mantra, dat van de geest in de mandala. De mudra's drukken d.m.v. symbolische gebaren de innerlijke energieën uit. De mantra drukt de innerlijke vibratie uit in geluidstrillingen en roept deze tegelijk op, het maakt de geest ontvankelijk voor de hogere ervaringen. De mandala maakt de spirituele weg aanschouwelijk door de binnen- en buitenwereld te verenigen in een geopende lotuskelk.

In de Tibetaanse boeddhistische mystiek (vajrayana) worden trapsgewijze de drie mysteriën geopenbaard. Het zijn drie wegen langs dewelke het 'Ene', de transcendente realiteit, kan worden bereikt. Deze geheime leer is beschreven in de tantra's en wordt ten dele overgeleverd van lama op leerling. De leer van de drie mysteriën is verbonden met de drie manifestaties van Boeddha: de universele, de ideale en de individuele werkelijkheid. Ze stemmen overeen met de drie 'zetels van bewustzijn' (chakra's) in het menselijk lichaam: de eerste met de 'Isahasraral' in de hersenen, de tweede, de ideale (of geïdealiseerde) werkelijkheid met de 'Vishuddhal' in het keelgebied en de derde met de 'Lanahatal' in de hartstreek. De initiatieke houdingen moeten in het boeddhisme gezien worden i.v.m. het openen van deze chakra's.
De niet-verlichte mens leeft in de zintuiglijke wereld, in een sfeer van begeerte; hij doolt rond in het rijk der hongerende geesten. Door mystieke training leert men deze ervaringen te transcenderen tot subtiele innerlijke waarnemingen die behoren tot de sfeer van de gezuiverde vorm, een wereld van uitzonderlijke schoonheid.

"Als de verlichting volkomen is, is een boddhisattva vrij van gebondenheid aan de dingen, maar hij heeft geen verlangen van de dingen te worden bevrijd; er is noch gebondenheid noch bevrijding".
Boeddha zegt: "Het nirvana van de Nieuwe Mens is daar, waar niets anders meer is dan wat door de geest van zichzelf wordt ervaren. Wie de uiteindelijke verlichting bereikt, geniet het nirwana."

De leefregels van het boeddhisme volgen uit de opgaven van het achtvoudige pad. In de oorspronkelijke vorm van het boeddhisme is de mens sterk op zichzelf betrokken. Maar men mag, de naaste geen schade berokkenen. Hij zal overdaad mijden en het is aan te bevelen een kortere of langere tijd als monnik te leven.
Boeddha leerde aan zijn volgelingen de volgende vier waarheden:

lotusbloem, boeddhisme, atheïstische spiritualiteit

  1. Leven is lijden.
  2. De oorzaak van het lijden is het verlangen of de begeerte.
  3. Het verlangen moet worden overwonnen.
  4. Het geëigende middel daartoe is het achtvoudige pad.

Het achtvoudige pad geeft, in een opklimmende reeks, een leidraad voor het leven:

  1. het juiste pad,
  2. de juiste doelstelling,
  3. het juiste woord,
  4. het juiste gedrag (niet stelen, niet doden),
  5. het juiste middel voor het levensonderhoud,
  6. de juiste inspanning (wilskracht, training),
  7. het juiste bewustzijn (kennen van de drijfveren)
  8. de juiste meditatie.


Het oorspronkelijke boeddhisme kent geen goden en geen erediensten, het geeft 'slechts' richtlijnen voor een zinvol leven. In het boeddhisme zijn verschillende stromingen ontstaan, waarvan het Hinayana en het Mahayana de belangrijkste zijn.

Het Hinayana betekent 'het kleine voertuig' (dat de mens naar verlossing leidt). De naam is eigenlijk een scheldnaam die gebruikt wordt door aanhangers van 'het grote voertuig', het Mahayana. Hinayana-boeddhisten spreken zelf liever van het Theravada-boeddhisme. Theravada betekent de leer der oudsten; de leer van Boeddha Siddhartha Gauthama en zijn volgelingen. Het uitgangspunt van deze stroming is de ideale mens, de mens vrij van hartstochten en sober levend; zijn handelen is gebaseerd op de Vier Edele Waarheden en op het volgen van het Edele Achtvoudige Pad. De hoofdzaak is door middel van meditatie tot het inzicht van deze waarheden te komen. De aanhangers van het Hinayana-boeddhisme vinden we tegenwoordig in Thailand, Ceylon, Birma, Laos, Cambodja en Vietnam. In Thailand bijvoorbeeld is het gebruikelijk dat iedere jongeman voor hij volwassen is, drie maanden in het klooster doorbrengt. Hij moet dan afstand doen van alle persoonlijke bezittingen en zich houden aan de regels van de monnikenorde. De Hinayana-leer is gebaseerd op uitspraken van Boeddha. Hij heeft geen geschriften nagelaten. Alles wat wij van en over hem weten berust op mondelinge overleveringen, die pas eeuwen na zijn dood op schrift zijn gesteld. Hun levensopvatting is moralistisch-ethisch en ascetisch en op uiteindelijke persoonlijke bevrijding gericht. In overeenstemming daarmee stellen zij, tot ideaal het leven van de heilige, de arhat, bereikt door een ingewikkelde methode van innerlijke concentratie en meditatie.

Ongeveer honderd jaar na de dood van de Boeddha komt er kritiek op de strenge leefregels van het Hinayana, omdat die slechts een klein aantal gelovigen verlossing kunnen brengen. Als reactie ontstaat het Mahayana-boeddhisme dat er van uitgaat dat in wezen in ieder mens een boeddha in aanleg is, d.w.z. een boddhisattva. Een boddhisattva is iemand, die het wezen (sattva) van de verlichting (bodhi) al in zich draagt, maar afstand doet van het nirwana om hier op aarde de mensen te helpen. Volgens deze richting moeten de mensen niet egoïstisch naar het nirwana streven, maar anderen helpen de weg naar de bevrijding te vinden. Naast de historische Boeddha Siddhartha Gauthama, kent deze richting talloze Boeddha's en Bodhisattva's. De belangrijkste is de Boeddha Amitabha, 'de onmetelijk glanzende', of 'de heer van het medelijden'. Verschillende Boeddha's worden als goden aanbeden en vereerd. Het Mahayana-boeddhisme is ontstaan in Noordwest-India. Het heeft zich verbreid naar China, Korea en Japan en van daaruit naar Malakka en Sumatra.

yogi

Belangrijke punten in het Mahayana zijn:

  1. de historische Boeddha werd één in de rij van de vele uitstralingen van het goddelijke in de wereld;
  2. het te voorschijn treden van bodhisattva's ('tot het boeddhaschap bestemden') die, zich bekommeren om het welzijn van de stervelingen en door dezen worden aangeroepen;
  3. verdringing van de gedachte aan nirwana door voorstellingen van hemel en hel.

Een aparte richting binnen het Mahayana is het Vajrayana, of het voertuig van de Vajra (bliksemschicht). De 'Vajra', waarnaar het Vajrayana genoemd is, wordt als scepter gebruikt door Tibetaanse priesters. In deze richting wordt de methode om tot heil te komen, zoals beschreven in speciale leerboeken of tantra's, als minstens zo belangrijk gezien als de leer van de Boeddha. Het Vajrayana kent behalve de Boeddha's en Bodhisattva's nog talloze andere goden, godinnen en demonen, die in de loop der tijd aan deze richting werden toegevoegd. De aanhangers van het Vajrayana vinden we vooral in Tibet, Mongolië, Sikkim, Bhutan en sommige delen van Nepal.
In Tibet werd aan het einde van de 14e eeuw het boeddhisme hervormd door Tsong-kha-pa, die de sekte der Geelkapmonniken stichtte. Hij maakte een einde aan de misbruiken die ontstonden door het te letterlijk opvolgen van de leerboeken. Uit deze sekte, de Geelkappen of Deugdzamen, komen de Dalai Lama's voort. De Dalai Lama (Oceaan van Wijsheid) is zowel religieus als wereldlijk leider van Tibet. Sinds 1959, toen Tibet door de Volksrepubliek China werd ingelijfd, woont de Dalai Lama met vele van zijn volgelingen als vluchteling in India te Dharamsala.

Zoals bij alle spirituele wereldlijke leiders, moet ook de figuur van de Dalai Lama bij de kritische denker de nodige argwaan en septiscime oproepen. Het Tibetaanse boeddhisme vertegenwoordigt trouwens slechts 2 procent van het wereldwijde boeddhisme. Voorts blijkt uit getuigenverslagen van Britse militairen (daterend van vóór 1959), dat het Tibetaanse kastensysteem en het concept van de reïncarnatie zorgde voor uitbuiting van de bevolking. De wedergeboorte in een hoger wezen werd enkel aan de volgzamen gegarandeerd. Het volk werd om die manier geknecht in een naar middeleeuwse maatstaven georganiseerde samenleving. Gigantische schatten werden vergaard in de kloosters, ten koste van de verpauperde Tibetaanse bevolking, die nauwelijks middelen kreeg voor zelfontplooiing. Ook de selectie van de Dalai Lama, waarin het concept van de wedergeboorte een voorname rol speelt, roept vragen op. Laten we ook niet vergeten dat Tibet volgens de Chinezen al eeuwenlang deel uitmaakte van het Chinese rijk. Onafgezien van de Tibetaanse onafhankelijkheiddrang is die Chinese invloed historisch gezien correct. Voorts kan niet worden ontkend, en dit ondanks het geringe respect voor de mensenrechten, dat het huidige Chinese bewind middelen (infrastructuur, scholen, ziekenhuizen) in plaats stelt ter bevordering van de Tibetaanse bevolking. Ondanks alles is de Dalai Lama in het westen een gewaardeerde en populaire figuur. In boekenwinkels vind je tal van boeken tegen zeer democratische prijzen waarin het Tibetaanse boeddhisme wordt toegelicht. De Dalai Lama en zijn gevolg is de kracht en invloed van de mediatisering niet ontgaan en hij speelt daar in belangrijke mate ook op in. (toevoeging B:. J.S.)

Het zenboeddhisme is een ontwikkeling van het Mahayana-boeddhisme. De verlichting kan bereikt worden door iedereen, op elk moment. Zen is onafhankelijk van formules, religieuze handelingen of magische symbolen. De verlichting of het Juiste Inzicht kan plotseling, als een donderslag bij heldere hemel, komen. Zen is een levenswijze. Gestreefd wordt om plotseling inzicht, ontstaan uit logisch denken, uit te schakelen. Om de geest in de meest gunstige toestand te brengen, worden alle dagelijkse handelingen, zoals eten en drinken volgens vastgestelde regels gedaan.
Het zenboeddhisme is gericht op het praktisch handelen; er is dan ook een afkeer van leerboeken en schoolse wijsheid. Zenidealen kunnen we terug vinden op alle gebieden van de Japanse kunst en op veel plaatsen in de Japanse samenleving. Het ideaal is: met zo weinig mogelijk zo veel mogelijk zeggen. In alle vormen van boeddhisme zijn de vier edele waarheden en het achtvoudige pad de kern van het onderricht. Na de Tweede Wereldoorlog is deze vorm van het boeddhisme ook in het Westen bekend en populair geworden. Yoga is een ander in het Westen bekend geworden boeddhistisch fenomeen, dat dateert uit de vijfde eeuw NC. Het is een methode om door ascese en geestelijke concentratie een hogere bewustzijnstoestand te bereiken. Mediteren gebeurt in lotushouding, de linkerhand in de rechter, de duimen raken elkaar. Zenverhalen verduidelijken dat de ratio overbodig is om verlichting te bereiken.

Zo kwam een leerling bij zijn zenmeester en vroeg: "Ik zoek de waarheid, hoe moet ik me oefenen?" Waarop de meester: "Er is geen waarheid, dus kunt ge u niet oefenen". Daarop zei de leerling bedroefd: "Ik kan u niet volgen". "Ik kan mezelf niet volgen", zei de meester.

Het Indiase boeddhisme had in die tijd zowel hindoeïstische yoga-oefeningen als tantrische praktijken geïntegreerd met de leer van de historische Boeddha Sakyamuni, die rond 500 VC leefde. Algemeen aanvaard wordt dat de Boeddha twee verschillende wegen naar de verlichting onderwees (d.w.z. complete bevrijding van de kringloop van wedergeboorten of Samsara). Het meest bekende pad naar de verlichting, is het pad zoals beschreven in Sutra's. Deze teksten kunnen door iedereen worden bestudeerd en vereisen voornamelijk moraliteit, concentratie en wijsheid (begrip van de vier edele waarheden).  Het andere pad, dat Boeddha onderwees, is het tantrische pad, dat de hoeksteen van het Tibetaans boeddhisme werd. Deze tweede, moeilijkere weg naar de verlichting kan alleen beoefend worden onder begeleiding van een leermeester, die helpt de teksten te verduidelijken en de niet geschreven yoga en meditatietechnieken begeleidt die eeuwenlang grotendeels mondeling zijn overgedragen. Tantra betekent feitelijk, dan ook niet veel anders dan 'voor ingewijden'. Omdat een leraar door leken vaak Lama wordt genoemd en de leerlingen veel devotie en respect voor de leraar hebben, wordt Tibetaans boeddhisme soms Lamaïsme genoemd.

Het boeddhisme is interessant en inspirerend: Boeddha kan beschouwd worden als één van de grootste humanisten aller tijden. Zijn visie blijft verrassend fris en actueel.

dharma

  1. Wat de kennisleer (epistemologie) betreft, predikte Boeddha de beginselen van vrij onderzoek en het vrije denken.
    "Laat je niet leiden door horen zeggen, noch door wat door anderen overgeleverd is, noch door wat de mensen zeggen, noch door wat bekrachtigd wordt door de autoriteit van je traditionele leringen."
    Terwijl ook de Dalai Lama stelt dat:
    "Waar de doctrine in tegenspraak is met de logica, moet de doctrine wijken."
    Heel anders dacht bijvoorbeeld paus Johannes Paulus. Hij vond het nodig te waarschuwen voor het 'gevaar' om kennis uit de psychologie en sociologie in de godsdienst in te voeren.
    In het boeddhistische klimaat van intellectuele vrijheid konden meningsverschillen tot uiting komen. Men kon van de overgeleverde teksten en uitspraken verschillende interpretaties verdedigen, zonder elkaar de kop in te slaan of op brandstapels te plaatsen.
  2. De zijnsleer (ontologie) van Boeddha handelt in de eerste plaats over het menselijke lijden (met de gekende vier edele waarheden). Sterk geschematiseerd zou men de boeddhistische visie op de mens als volgt kunnen samenvatten:
    Van nature streeft ieder gezond mens ernaar zichzelf EN zijn medemensen gelukkig te zien, en "bevinden de onmenselijke driften en egoïstische neigingen, onze hardvochtigheid, wraakzucht, moordlust, hebzucht enz., zich niet in onze onderbuik.
    Op het inhumaan leven geeft het boeddhisme daar een ondubbelzinnig antwoord op: “angst voor het lijden”. De angst voor de pijnlijke realiteiten van het menselijke bestaan: ziekte, ouderdom, dood en vergankelijkheid. Die angst is zelf een vorm van lijden. Het boeddhisme is geen godsdienst, eerder een 'wereldbeschouwing', 'filosofie' of 'leer'. Boeddha was immers 'non-theïstisch', omdat hij zich niet uitsprak over het al of niet bestaan van een God of van goden.
    "Als God bestaat en ook het kwade laat gebeuren, waarom hem dan vereren? Laat hij het kwade niet gebeuren, dan zou het dwaas zijn het 'Al' zijn schepping te noemen."
    Voor boeddhisten bestaat er geen almachtige schepper. Het boeddhisme is dus (in theorie) atheïstisch.
  3. In de ethica van het boeddhisme staat het menselijke geluk centraal. Elke boeddhist betracht de hoogste staat van geluk te bereiken, zijnde het boeddhaschap. In de staat van boeddhaschap is de mens niet alleen bevrijd van alle gevolgen van zijn vroegere misstappen, maar verenigt hij opperste wijsheid met een altruïsme dat zo sterk is dat hij zich visceraal verantwoordelijk voelt voor alle levende wezens. Met andere woorden: de boeddhistische ethiek stelt dus expliciet, dat altruïstische daden niet alleen de andere ten goede komen maar ook de uitvoerder zelf. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat relatief gelukkige mensen meer geneigd zijn om een onbekende ter hulp te snellen, maar ook omgekeerd, dat hulp bieden bevorderlijk is voor het psychische'fysieke' welzijn van de hulpverlener. We kunnen dus kiezen, ofwel broederlijkheid, ofwel ellende.

De Dalai Lama stelt dat humane en gezonde kwaliteiten in onze samenleving ontwikkeld kunnen worden zonder, noodzakelijkerwijs, aan religies te refereren. Hij gaat nog verder door te beweren dat 'het invoeren van religieuze noties in het onderwijs het risico inhoudt dat er bij de jongeren, enggeestigheid optreedt.' In de geschiedenis, heeft het boeddhisme het minst doden gemaakt, zeker in vergelijking met de drie monotheïstische godsdiensten (het jodendom, het christendom en de islam).

wiel

De Tibetaanse vrijheidsstrijd

China had Tibet veroverd op de mongolen in 1720. In 1913 maakte het aanspraak op onafhankelijkheid. Kort nadat Mao aan de macht kwam, liet hij de Chinese aanspraken gelden en opnieuw viel hij Tibet binnen (oktober 1950). Hij wou het Tibetaanse volk 'bevrijden'. Die 'bevrijding' kwam neer op een regelrechte kolonisatie. Elk protest, elk verzet werd op een onvoorstelbaar wrede manier neergeslagen. Het communistisch China richtte een ware holocaust aan, waarbij bijna 1/3 van de Tibetanen om het leven kwamen door honger, executies, marteling en zelfmoord en tienduizenden gevangen werden gehouden in werkkampen. Tijdens de culturele revolutie (1966) wilden de Rode Gardisten de hele Tibetaanse cultuur verwoesten. Van de 6000 tempels en kloosters in Tibet bleven er 13 gespaard, waaronder de Potala in Lhasa, nu werelderfgoed.

Na de dood van Mao en met de komst van Deng Xiaoping verbeterde de toestand. Het bevolkingsaantal nam weer toe, maar de Tibetanen bleven een minderheid in hun eigen land. Talrijke monumenten en kloosters werden gerestaureerd en heropgebouwd. Dit was echter niet om de boeddhisten te plezieren, wel omwille van de toeristen.

Het was gemakkelijk voor China om Tibet zonder moeite in te nemen. Tibet is uitgestrekt en dun bevolkt, en de geboden weerstand (8.500 man) stelde bijzonder weinig voor. Meer militaire weerstand had waarschijnlijk geleid tot een grotere internationale belangstelling. Het land had zich ook niet aangepast aan de nieuwe tijden. Het was een theocratische, feodale staat gebleven dat zich bovendien bijna volledig geïsoleerd had van de buitenwereld.

Boeddha verdedigde het vrije denken, Tibet hield zich aan een voorbijgestreefd animisme en sjamanisme, het zat gevangen in een wereld van magie, geesten, waarzeggerij.
Maar ... kon de Tibetaanse bevolking hier iets aan doen? Hadden de Tibetanen een keuze? Dat is zeer de vraag. De doorsnee Tibetaan had geen toegang tot de bestaande informatiebronnen, hij stond eeuwen ver van de moderne wetenschap, hij kon lezen, noch schrijven. Hij kon niet kiezen tussen filosofische en politieke strekkingen, noch tussen verschillende organisaties en partijen. Wij daarentegen wel! Het obscurantisme zou op ons geen vat mogen hebben.

Het Tibetaanse boeddhisme is een mengvorm: het boeddhisme heeft er zich vermengd met inheemse filosofieën, bön en sjamanisme. Omdat het boeddhisme in principe tolerant was konden allerlei mengvormen ontstaan. Het boeddhisme kent, zoals het hindoeïsme, het begrip 'karma'; een term uit het Sanskriet, die 'daad' of 'actie' betekent. Karma is dus het resultaat van het geheel van de handelingen die wij verrichten. Men maakt onderscheid tussen positief en negatief karma. Positief karma is het resultaat van deugdzame daden. Negatief karma is het resultaat van ondeugdzame daden. De wet van oorzaak en gevolg, de wet van 'karma', slaat op het feit dat de oorzaken - dit wil zeggen de indrukken van vorige daden die in het bewustzijn zijn vastgelegd en latent geworden zijn - zich zullen transformeren in resultaten of gevolgen."
Verdraagzaamheid betekent echter NIET dat men het eens moet zijn met de andere - men kan moeilijk van de communisten verlangen dat ze het bestaande Tibetaanse politieke systeem zouden bewonderen. Het impliceert zelfs niet dat men respect zou hebben voor iemand anders ideeën, als men die verkeerd of achterhaald vindt - dat zou hypocriet zijn. Voor boeddhisten betekent het: respect voor de fysieke en morele integriteit van de andere; een benadering die we ook bij de westerse humanisten terugvinden.

Binnen eigen kring moeten wij als vrijmetselaars er over waken verdraagzaamheid niet te verwarren met een houding die erin bestaat iedereen gelijk te geven. Iedereen gelijk geven komt allicht de eigen business en politieke machtspositie ten goede - is bijgevolg zeer verleidelijk - maar is en blijft intellectueel oneerlijk. Tegenstellingen bestaan en sommige opvattingen zijn fout, onjuist. Tweeslachtigheid verdoezelt de problemen. Als men niet weet wie gelijk heeft, kan men dat rustig zeggen en eventueel de kwestie onderzoeken, maar niet het meningsverschil negeren.
De loge biedt de mogelijkheid om op een beschaafde manier, met elkaar, een gesprek te voeren.

Is het boeddhisme een bron van inspiratie?

Het boeddhisme is niet alleen een filosofie maar ook een traditie die een bepaalde praktijk beoogt, namelijk 'de waarneming zoals die zich voordoet als we onbevangen - zonder vooropgezette ideeën, zonder geloof naar onze geest en ervaring kijken. Die vorm van waarnemen en de training daarin vormt de kern van boeddhistische meditatie.'

Vroeger was mystiek onlosmakelijk verbonden met godsdienstig geloof. Het maakte er deel van uit zoals filosofie, psychologie, moraal enz. Godsdienst was de enige bron van geleerdheid. Die tijd is voorbij. Belangstelling voor spiritualiteit betekent niet dat men zijn rationaliteit overboord moet gooien, noch dat men in vreemde dingen moet gaan geloven. Het gaat niet om concepten, niet om wereldbeschouwing of geloof, maar om oefeningen die de verhoging van de psychische integriteit en de ontwikkeling van de geestelijke vermogens van de mens beogen: zijn intelligentie, gevoeligheid, zijn morele kwaliteiten.
Het boeddhisme heeft met zijn traditie van geweldloosheid, compassie (mededogen) en spirituele gemeenschappen soms een adequater antwoord op conflicten dan het westerse humanisme. Tot de 19e eeuw was het boeddhisme, samen met het hindoeïsme, voor het Westen één pot nat: het waren 'wilden' met heidense godsdiensten, 'ketterij' en 'bijgeloof' zoals missionarissen zeiden. Dit veranderde toen westerse filosofen in nooit eerder vertaalde teksten van het Pali en Sanskriet ontdekten dat de Boeddha niet de zoveelste figuur uit het Aziatische pantheon was, maar een mens. Maar in de 19e eeuw was niet-christelijke spiritualiteit nog ondenkbaar, en psychologie als wetenschap van de geest bestond toen helemaal nog niet. Het spirituele pad dat de Boeddha verkondigde, zou leiden tot bewustwording van de pijnlijke onvermijdelijkheden van het menselijk bestaan, een levenshouding die voor die pijnlijke kanten niet op de vlucht slaat, maar ze accepteert en omarmt. De Boeddha noemt er acht: geboren worden, ziekte, ouderdom, sterven, niet krijgen wat je hebben wil, wel krijgen wat je niet wil hebben, proberen te krijgen wat je wil hebben, en proberen vast te houden wat je niet kwijt wil.
Het boeddhisme biedt elk wat wils: enerzijds kun je er een echte spirituele transformatie mee bereiken, boddhisattva worden, in een klooster gaan, ondergedompeld raken in een echt spiritueel of transpersoonlijk bewustzijn. Maar anderzijds biedt het ook de mogelijkheid om op je eigen houtje of met een leraar/therapeut klaar te komen met levensproblemen. Maar de boeddhist is vooral vrij om zijn eigen godsdienst te kiezen zo hij dat wil. 'Als de wetenschap met feiten komt die niet verenigbaar zijn met het boeddhistisch gedachtengoed, zal het boeddhisme dienovereenkomstig aangepast moeten worden,' zo beweert de Dalai Lama.

We besluiten met de benadering van Apostel die in zijn werk getiteld: ‘Atheïstische spiritualiteit ’, over het boeddhisme het volgende zegt:
“De kern van het boeddhisme is niet een leer, maar een praktijk: de meditatie. Die meditatie kan niet nagebootst worden (behalve in haar uiterlijke vormen), maar kan slechts door innerlijke ervaring en persoonlijk oefenen worden beleefd. Zo ook is de kern van de Verlichting het autonoom persoonlijk denken (en geen leer). En dat persoonlijk denken kan niet worden ‘overgebracht’, maar enkel beleefd in de concrete denkact. Het niet gebruiken van heilige schriften, bewonderende voorbeelden, voorgehouden traditionele overtuigingen en strakke rituelen is bijzonder typisch voor Zenboeddisme.”
Ontmoetingen tussen vrijzinnigen en boeddhisten tonen aan dat we niet alleen staan met onze overtuiging dat er een interpretatie mogelijk is van Verlichting (en dus van Vrij Onderzoek en Vrijzinnigheid) en spiritualiteit en dit maakt dat het boeddhisme ook bijzonder verrijkend kan zijn voor Vrijmetselaren.

Bibliografie

- ‘Een kleine inleiding in het boeddhisme’, Dr Edel Maex ISBN 978-90-209-6306-9
- ‘Het boeddhisme’, B.·. Piet Romeijn, Vrijmetselarij en filosofie
- Het Theravada-archief: Sleutel tot inzicht
- Boeddhistische spiritualiteit: Een boeddha-hoekje
- Mindfulness: Meditatie en inspiratie
- ‘Atheïstische spiritualiteit’, Leo Apostel ISBN 90 5487 1687 NUGI 611

lotusbloem



top, boeddhisme en vrijmetselarij

bottom, boeddhisme en vrijmetselarij


XHTML      CSS